Spelende kinderen, een peloton ME’ers en een herstelde meander.

30 december 2014 - 07:46

In een ver verleden vestigden jagers en verzamelaars zich op plekken waar water in de buurt was. Logisch, want je kunt niet zonder zoals we allemaal weten. Bovendien kwam daar ook jachtwild naar toe en groeiden er allerlei eetbare planten en kruiden. Langzamerhand kwamen er nederzettingen die uitgroeiden tot kleine dorpen, grote dorpen en uiteindelijk in onze tijd; flinke steden.

Toen de mens, inventief als hij was, steeds meer gereedschappen ging gebruiken werd het mogelijk de beken en rivieren te plooien naar zijn wens. Als je moerassen droog kon leggen was de vrijkomende vruchtbare grond geschikt voor de landbouw. Omdat de landbouw van 1 pk overstapte naar zware trekkers van honderden pk’s moesten de gronden nog meer ontwaterd worden. Het zou al helpen als het water onderweg naar zee wat minder stagneerde. Verrek! Dat kon door de beken en rivieren te kanaliseren. Recht te trekken. En zo geschiedde. Ook de beken in onze omgeving werden van hun franje ontdaan voor een hogere levensstandaard van ons, de mens.

Toen ik vijfendertig jaar geleden voor Brabants Landschap ging werken was een van de eerste dingen die we deden een oude meander van de Sterkselsche Aa op de Herbertusbossen weer in ere herstellen. Misschien wel het eerste beekherstelproject van Brabant. Er werd heel simpel een stuw geplaatst in het gekanaliseerde deel waardoor het water de oude droog liggende meanders weer inkroop. In korte tijd was vijfhonderd meter droge bedding weer een echte, kronkelende, beek geworden. Met alle natuur die er bij hoort, inclusief de schitterende ijsvogel.

We schrijven inmiddels alweer 2015. Enthousiaste kinderen zijn in 2014 regelmatig met schoppen bezig geweest een smalle kade tussen twee slingers van de Sterkselsche Aa in, door te graven. Ik zag de resultaten maar de kinderen nooit. ‘Hedde gij die nooit gezien? Ikke wel. Die ware doar zo lekker oan ut speule’, zei iemand tegen mij toen het te laat was.  

Die verrekte rotjong! Ik zou eigenlijk een peloton ME’ers op ze af hebben moeten sturen en zware gevangenisstraffen onder erbarmelijke omstandigheden hebben moeten eisen. Óf ik had een praatje met ze gemaakt en uitgelegd dat als het water door de sleuf zou breken er een heel mooi deel van de Sterkselsche  Aa dood bij zou komen liggen. Maar ja, ik zei het al, ik zag ze niet.

Toen ze later ook nog de bijl meenamen om wortels door te kappen en er een sleufje was ontstaan deed het water in no time de rest. Het brak door de kade en binnen de kortste keren viel de fraaie meander droog. Twee keer hoog water en het was al zo ver. Het eeuwig stromende water keek er niet meer naar om en begon, nu het eenmaal een andere richting had gekozen, zware beuken en eiken aan de kop van de nieuwe loop te onderheulen.

Met waterschap de Dommel is Brabants Landschap daar gaan kijken en is een plannetje gemaakt om de doorgang te dichten. Flinke stobbes en zand hebben het gat weer gedicht. Nu is het afwachten of het voldoende is. De kracht van water is niet te onderschatten.  Als blijkt dat er toch nog een schepje bovenop moet, dan gaat het Waterschap zeker nogmaals aan de slag.

Maar voorlopig stroomt de Sterkselsche Aa weer als vanouds door de herstelde meander. En die kinderen? Natuurlijk ben ik daar niet kwaad op. Ik zou ze wel graag uitleg geven over het waarom van dit alles. Bij deze dan.

 

Laat hier je reactie achter