In het bootje genomen door het Waterschap.

1 mei 2016 - 20:04

Er moeten op Valkenhorst, in beheer bij Brabants Landschap voor wie ik werk,  even wat knopen worden doorgehakt over het beheer van de Tongelreep. De beste manier om de knelpunten te bekijken is door in een bootje te klimmen en samen met de ecoloog en opzichter van het Waterschap de Dommel te gaan kijken waar de problemen zitten. De Tongelreep is op Valkenhorst echt het hart van de natte natuur. De slagader van de visvijvers zou je kunnen zeggen. Vandaar dat er niet gekanood mag worden. Dat is maar goed ook, blijkt al snel!

We zijn nog maar amper onderweg als, nabij een verhoogde oever, die bij de hermeandering speciaal is aangelegd om de ijsvogel of wellicht zelfs de oeverzwaluw tot broeden te verleiden, een harde piep klinkt. De ijsvogel dus! In de oever is duidelijk een vuistgroot gat zichtbaar met een door ijsvogelpootjes uitgeschraapte ingang. Ze graven zo’n gang, die wel een halve meter diep kan zijn, gewoon zelf hé! Zonder schop! En zonder zweet op het blauwe voorhoofd.  Het is nog vroeg in het voorjaar maar de kans dat er al eitjes in de broedkom liggen is groot. We zullen de ijsvogel nog vaker tegenkomen deze ochtend.

Af en toe moet Tiny de buitenboordmotor wat extra laten grommen om door een opstopping van waterplanten te komen. Af en toe stopt hij de motor en stapt zelfs even op een drijftil om met een mesthaak de zaak uit elkaar te trekken. Wel snel weer instappen als het uit elkaar begint te drijven. Voor één been is het te laat maar dat hoort bij het werk van deze praktijkmannen. Die beginnen niet te piepen bij een natte voet. Later moeten we toch inzien dat we niet verder kunnen. Aan zeer laag overhangende wilgentakken blijft zoveel meegevoerd materiaal hangen dat er geen doorkomen meer aan is. Het water zoekt zich, kronkelend als een slang, een weg door het moerasbos.    

Omdat het langs de beek zo rustig is hebben zich er allerlei dieren gevestigd. We stoten tot twee maal toe wilde zwijnen op. Een gestreepte puber-big is in alle hecktiek Mrs. Piggy kwijt geraakt en knort een tijdje met ons mee. ‘Nee, wij zijn je moeder niet, je moet de andere kant op.’ Ze vinden elkaar wel weer terug. Ook enkele reeën schrikken we op en we zien zelfs tot twee maal toe een vos. Ook opvallend zijn de grote groepen wintertalingen die op de beek bivakkeren. De wintertaling is een klein eendje met een bijzonder fraai uiterlijk. Bijzonder goede en snelle vliegers ook. Over de ijsvogels die we overal zien heb ik al verteld. We hebben een paar zachte winters gehad en het belooft weer een mooi jaar voor ze te worden.

Al die natuur langs dit riviertje zou binnen de kortste keren verdwenen zijn als het opengesteld wordt voor recreatie. Rust is daar echt noodzaak. We zien de dieren natuurlijk ook alleen maar omdat onze aanwezigheid ze opjaagt vanuit hun rustplaatsen. Ongewenst. Soms moet het. Omdat het werk er om vraagt. Maar verder is de Tongelreep op deze plaats gebaat bij rust, rust en ...rust.

 

Laat hier je reactie achter