PANIEKZAAIERS

12 november 2014 - 08:02

Afgelopen maandag was het weer zo ver, controle op het consultatiebureau. De consultatiemevrouwen meten dan of je kindje nog wel ‘conform de gemiddeldes’ groeit. “Ach, hij zit er een half puntje onder zie ik, maar dat is helemaal niet erg. Hè kleine vent? Is he-le-maal niet erg-de-berg.”
 
Ik heb altijd het vermoeden gehad dat ze daar gewoon kwaaltjes verzinnen om de onzekere ouders afhankelijk te houden. Sinds afgelopen maandag weet ik dat zeker. Bij de vorige controle hadden ze bij Reinier al een diepliggende anus ontdekt. In eerste instantie was ik niet onder de indruk. Maar thuisgekomen vond Wikipedia nul resultaten voor ‘diepliggende anus’. En dán raak je als ouder in paniek. Want dan is het dus een wel héél erg zeldzame aandoening.
En met wie kun je dan praten? Niemand! Niet echt een onderwerp voor op een verjaardag, de diepliggende anus van je zoon. Op dat moment ben je precies waar het consultatiebureau je wil hebben; in totale ontreddering.
 
Vastbesloten om de consultatiemevrouw aan een kruisverhoor te onderwerpen namen we afgelopen maandag dus weer plaats aan tafel. Maar nog voor we de diepliggende anus ter sprake konden brengen, was haar aandacht volledig bij Reinier. Ze keek bezorgd naar zijn hoofdje deze keer. Recht van voren. Van de zijkant. Nog een keer van voren. ‘Hij heeft wel een wat brede neusrug, jullie zoontje’.
Ik voelde de ontreddering bij mijn vriendin. “Ook dát nog!” hoorde ik haar denken.
“Maar ja, dat hebben eigenlijk alle baby’s” lachte de dame. “Hadden jullie verder nog vragen?”
 
Wij mij betreft mogen ze hun ongetwijfeld goed bedoelde consultatieadviezen in hun ondiep liggende anus steken.
 

Laat hier je reactie achter