Column van Rob Scheepers: AFZIEN

6 oktober 2015 - 14:00

“Gaat het nog?”. Ik zocht in mijn zoon een medestander om even gas terug te mogen nemen. In mijn mond vormde zich een soort tralie-netwerk van speeksel.
 
Waarom had ik me in godsnaam laten ompraten door het JP Balki Event? De organisatie had in mij een ‘prominent’ herkend voor hun jaarlijkse Goede Doelen hardloopwedstrijd. Een helse tocht van maar liefst drie kilometer. En natuurlijk had ik ‘ja’ gezegd, vastbesloten om vooraf stevig te gaan trainen. En natuurlijk was van dat trainen niks terecht gekomen. Ik besefte me echter wél dat camera’s en ogen op mij gericht zouden zijn die middag. Op die zeulende hoop ellende die uiteindelijk op z’n knieën uitgeput de finishlijn zou passeren. En dús verzon ik op het allerlaatste moment een list. Ik vroeg mijn zoon Lennard om met mij mee te lopen. Die is pas negen en ging dat óók nooit volhouden, drie kilometer hardlopen. Zeker niet omdat hij ’s morgens al een voetbalwedstrijd gespeeld had. Briljant excuus om noodgedwongen slenterpauzes in te mogen lassen! Het liep iets anders die middag.
 
“Ja hoor, gaat prima” antwoordde Lennard, vrolijk huppelend naast me. We hadden ongeveer de helft van de drie kilometer achter ons. En de rest van het deelnemersveld inmiddels ver vóór ons.“
“Je mag wel doorlopen als je dat wilt” hijgde ik hem toe. “Oké” antwoorde Lennard en roetsj, weg was ie. Bevrijd van mijn sleurende tempo. Ik zag ‘m pas weer terug toen ik jankend van vermoeidheid onder de finishvlag doorliep. Hij hing verveeld in een dranghek met een flesje water: “Kom pap, we gaan”.
Volgend jaar dus een andere strategie. Óf echt gaan trainen, óf mijn zoontje Reinier meevragen. Die is drie…

 

Laat hier je reactie achter